van Braam Houckgeest Kazerne

In de Tweede Wereldoorlog wordt door de Duitsers in Doorn het Nederlands Arbeidsdienstkamp Woestduin opgericht. Onduidelijk is wanneer de oprichting precies plaatsvindt. Wel is bekend dat vanaf 9 augustus 1943 Kamp Woestduin dienst doet als zogenaamde "eere-afdeling". Dit betekent dat de beste arbeiders van kampementen elders in Nederland in Doorn worden verzameld. Na de oorlog wordt het kampement overgenomen door de School Reserve Officieren Marlniers (S.R.O.M.). Zij verhuizen op 1 maart 1946 vanuit Amsterdam naar Doorn. Drie maanden later wordt de naam veranderd in School voor Adspirant Officieren der Mariniers (S.A.O.M.). Op 1 oktober 1946 worden ook enkele algemene mariniersopleidingen op Kamp Woestduin gevestigd, waarop wederom de naam wordt veranderd, ditmaal in Afdeling Mariniers Doorn. In 1950 wordt gemeld dat Kamp Woestduin door het Ministerie van Marine voor 180.000 gulden wordt overgenomen van de Dienst der Domeinen. Op de Afdeling Mariniers Doorn vinden verschillende opleidingen plaats. De dienstplichtige mariniers volgen er hun eerste opleiding van 16 weken. Ook de opleiding tot 'infanteristisch specialist' voor zowel dienstplichtige- als beroepsmariniers vindt hier plaats. Hieronder wordt verstaan: mortierristen, mitraillisten, stootspecialisten en geweer en "automatisch-geweer dragenden". Later worden ook de specialistische opleidingen voor de korpsschool voor sergeants en korooraals in Doorn gevestigd, evenals de opleiding tot ziekenverpleger. Op 31 maart 1955 wordt met een ministeriele beschikking de naam Kamp Woestduin en veranderd in Van Braam Houckgeestkazerne (VBHKAZ). Per ministerieel bescheiden krijgt de Van Braam Houckgeestkazerne een jaar later, op 28 november 1956, het embleem met de embleemspreuk "Sans Reproche" (Zonder Verwijt). Deze is afgeleid van het familiewapen van generaal-majoor tit. F.A. van Braam Houckgeest waar de kazerne naar is vernoemd. Van Braam Houckgeest werd in 1852 geëngageerd als marinier derde klasse, volontair voor een onbepaalde tijd, zonder handgeld. Hij werd in 1853 bevorderd tot korporaal; in 1856 werd hij tot sergeant en in 1857 werd hij tot tweede luitenant benoemd. In 1860 volgde zijn bevordering tot eerste luitenant en gedurende de periode 1869-1870 nam hij deel aan de expeditie naar de kust van Guinea, waar hij voor zijn verdienstelijk gedrag de Militaire Willems-Orde vierde klasse verkreeg (Koninklijk Besluit van 23 april 1870, nr. 21). Van Braam Houckgeest werd in 1871 tot kapitein, in 1875 tot luitenant-kolonel en in 1879 tot kolonel benoemd en aangesteld als commandant van het Korps Mariniers (1881). In 1891 werd hij benoemd tot generaal-majoor en na zijn pensionering, in 1893, tot militiecommissaris te Dordrecht aangesteld (tot 1903). Al in 1886 was Van Braam Houckgeest benoemd tot adjudant van Willem III; na het overlijden van de koning bleef hij in dezelfde functie gehandhaafd. Van Braam Houckgeest was ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, grootofficier in de orde van de Eikenkroon en drager van verschillende buitenlandse onderscheidingen.
(C) Jorrit de Jager 2020